Er zijn van die games waarbij je na vijf minuten denkt: wacht eens even, heb ik mijn Nintendo 64 nou stiekem weer aangesloten? Agent 64: Spies Never Die is zo’n game. Alles ademt de tijd waarin polygonen nog iets magisch hadden, vijanden eruitzagen alsof ze met een broodmes uit een blok klei waren gesneden en je vrienden elkaar tijdens een potje multiplayer nog fysiek konden uitlachen.