Vakantie was in de sixties nog een luxegoed, zeker in vergelijking met de decennia ervoor met hun zesdaagse werkweken. In 1966 werd in Nederland de Vakantiewet van kracht, waarin het recht op vakantie met behoud van loon voor het eerst voor elke werknemer wettelijk werd verankerd. Tijd om op vakantie te gaan was er dus meer dan ooit, maar het geld om daadwerkelijk (ver) weg te gáán, dat was er niet altijd. Wie eropuit ging, deed dat dus vaak in eigen land, met tent of caravan. Deze